Liever naar de tandarts

Als er één ding is wat thuiswerken niet bevordert, dan is dat de teamontwikkeling. Dankzij programma’s als MS Teams is als team vergaderen geen probleem. Net zo min als snel even iets vragen aan een collega. Alleen is dat laatste (vaak) een gerichte actie richting één persoon; daar waar normaal gesproken de kantoorgenoten in ieder geval de vraag (en het antwoord) meekrijgen, is het nu een één tweetje. Als je dan ook nog, net als ik, net voor de eerste lockdown in 2020 aan een nieuwe uitdaging bent begonnen, val je al heel snel terug op een aantal vraagbaken, waarbij je vrij makkelijk de rest van het team te kort doet. Onbekend maakt onbemind.

Nou zat het team, bestaande uit een aantal subteams sowieso al in een teamontwikkelingstraject. Wat dankzij de lockdown grotendeels stil kwam te liggen. Ondertussen zijn de regels wat versoepeld en dankzij een klein team en een aantal grote vergaderlocaties, kon de teamontwikkeling verder opgepakt worden. In eerste instanties presenteert elk subteam zich aan de rest van de afdeling. Middels een quiz-achtig programma leren we elkaar (ook binnen het subteam) wat beter kennen. Ter voorbereiding van de presentatie van ons subteam werden wij verzocht een aantal persoonlijke weetjes aan te leveren. Om een idee te krijgen, hier een paar van mijn aangeleverde weetjes:

  • ik heb de film Mama Mia dertien keer in de bioscoop gezien
  • ik ga liever naar de tandarts dan naar de kapper
  • ik kreeg ooit te horen nooit iets met computers te gaan doen omdat ik daar volgens de betreffende docent, geen kaas van heb gegeten. Ik werk al een jaar of tien binnen ICT 😉

Na elke quizronde kregen de overige teams de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. Ik zou haast zeggen natuurlijk kwam de waarom vraag. Waarom ga ik liever naar de tandarts dan naar de kapper? Ik zat met mijn mond vol tanden en moest het antwoord schuldig blijven. Ik mompelde nog iets over een hekel hebben aan spiegels en voelde dat dat niet het hele antwoord was. De sessie ging verder, en vanaf dat moment spoken zowel mijn weetje als de waarom vraag door mijn hoofd. Want ik heb al jaren een fantastische kapster, en ik heb in mijn leven al heel wat bijzondere, en soms zelfs bewerkelijke, kapsels gehad.

Ik begon te twijfelen aan de oprechtheid van mijn weetje. Maar als dat weetje niet waar is, hoe kan het dan dat ik wanneer ik de tandartspraktijk niet aan de lijn krijg, een kwartiertje later weer bel? Terwijl ik opgelucht ademhaal wanneer ik de kapster niet aan de lijn krijg, zelf een schaar pak en de grootste ergernissen zelf verwijder waardoor de noodzaak om een kwartier later het nogmaals te proberen niet meer bestaat?

Mijn weetje is dus wel waar, en hoewel ik nog niet tot op de bodem ben gegaan, denk ik ook in ieder geval een deel van de oorzaak te hebben gevonden. Hoewel ik tegenwoordig een massa haar heb was dat ooit anders. Ja, ik ben geboren met een (baby)bos zwart haar wat na een paar weken allemaal uitviel om plaats te maken van lichtblond elfenhaar. Tegen mijn zevende levensjaar besloot ook dat elfenhaar mijn hoofd te verlaten waardoor ik ineens rondliep met kale plekken op mijn hoofd. De oplossing: kortwieken. Ik heb het over eind jaren zestig. Half lang haar voor jongens en meisjes was de trend en ineens zag ik er anders uit dan de anderen. Tegenwoordig heb ik er geen problemen mee om er anders uit te zien dan anderen, maar zo’n jeugdtrauma schud je niet zo één twee drie van je af. Zelfs niet wanneer je kapster de leukste, liefste en kundigste is.

Oh ja, en ik heb een hekel aan spiegels… zal wel veroorzaakt worden door datzelfde jeugdtrauma. Grappig, wat een in mijn ogen grappig weetje tijdens een teamontwikkelingssessie te weeg kan brengen.

8 gedachten over “Liever naar de tandarts

  1. Uit de titel en de eerste zinnen maakte ik op dat je liever naar de tandarts gaat dan naar een teambuilding. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over jou.

    Like

  2. Haha! Ik ga ook niet graag naar de kapper. Bij mij komt dat omdat ik er niet van houd als (vreemde) mensen aan me zitten. Of zou het misschien toch komen omdat ik vroeger als kind (voor de grote flapoor-operatie) bij de kapper altijd mijn oren door mijn haar heen zag steken?
    PS: Mama Mia; ooit met de verkering gekeken. Die viel vol afgrijzen van de bank toen James Bond ineens begon te zingen 🙂 🙂

    Like

Reacties zijn gesloten.