Dat is ook balans ..

In de twee jaar dat ik voor mijn huidige werkgever werk, heb ik collega’s zien gaan en zien komen. Via Teams want ja, pandemie. Vorig jaar oktober had ik een keer een echt afscheid, IRL dus, gehad. Al hadden we dat beter via Teams kunnen doen, want uiteindelijk vond die collega ons toch wel heel erg leuk, solliciteerde op zijn eigen functie en de rest is geschiedenis.

Wat ik van dat afscheid heb geleerd is dat in persoon afscheid nemen beter voelt dan met iemand op de toekomst te toasten via een teams meeting. En niet omdat ik mijn eigen proost in huis moest halen. Dus toog ik gisteren richting locatie Tegelen om afscheid te nemen van collega Helpdesk, en vandaag naar locatie Blerick, om afscheid te nemen van een andere collega.

Beide locaties liggen op loopafstand waarbij de heenweg appeltje eitje is, en de terugweg aan het eind even doorbijten wordt. Ooit, half jaar, drie maanden geleden had ik mijn tanden op elkaar gezet en was beide keren aan de wandel gegaan. Dit keer dacht ik van te voren even goed na en, deels ingegeven door de zoveelste fibro-aanval (met dank aan Dudley, Eunice en Franklin allerlei hoge en lage drukgebieden, pakte gisteren de auto om mijn energie te sparen en wandelde vandaag in een wat rustiger tempo dan ik gewend ben naar mijn werk, en weer naar huis.

De laatste 150 meter waren zwaar maar een beetje de grens opzoeken hoort erbij. Na een kwartiertje bankhangen was ik al weer energiek genoeg om mijn eten klaar te maken en realiseerde me dat ook dat balans is. Beschikbare energie gelijkmatig gebruiken in plaats van in pieken en dalen.

Ik kan nu heel euforisch roepen, de eerste stap richting beter energie management is gezet, maar één zwaluw maakt nog geen zomer en ik vermoed dat ik met enige regelmaat over mijn grens ga. Ingesleten patronen en zo.

Selectief geheugen

Ik schreef het eerder. Een paar jaar geleden betekent in mijn geval steeds vaker een aantal decennia geleden. Ik word dit jaar dan wel zestig, maar in mijn herinnering is mijn jeugd nog niet zo lang geleden. Tot je beseft dat de autoloze zondag volgend jaar haar vijftigste jubileum viert. Om maar een dwarsstraat te noemen.

Verder betrap ik mij er wel eens op dat ik zin begin met In mijn tijd.. en dan volgt er een vergelijk wat als een tang op een varken slaat. Want buitenspelen was vroeger dan meer de norm dan tegenwoordig, maar dat kwam vooral omdat er overdag überhaupt niets op TV was en als je aan het eind van je bibliotheekboeken was, dan kon je nog knutselen maar dan had je het wel gehad.

Gisteren kwamen die twee dingen samen. Ik lag in bed en zag hoe storm Franklin zich niet tot water en wind beperkte, maar ook wat foto’s nam. Terwijl ik wachtte op de donder dacht ik, In mijn tijd had je in Nederland geen stormen met een naam. Stormen met naam waren voorbehouden aan exotischere oorden en de US of A. Wij hadden slechts oosterwind of een zuidwesterstorm. Maar namen, nee, daar deden wij niet aan. Nieuwerwetsigheden allemaal.

Toen dacht ik aan die keer dat mijn ouders met de vouwwagen in Friesland op een camping in de buurt van de familie stonden. Het waaide. Het waaide hard. Het was een storm en hij had een naam. Charlie. Of Charley. Mijn ouders hebben elkaar drie dagen (of zo) afgewisseld met aan de buizen van de voortent hangen om te voorkomen dat Charley er mee vandoor ging.

Maar dat is nog niet zo lang geleden, zei Me. Je ouders hebben in 2011 de caravan verkocht, zei Myself, en daarvoor hadden ze die Kip-vouwcaravan en daarvoor hadden ze pas de vouwwagen. Die ze ergens in 1985/86 hebben gekocht. Volgens mij hadden ze dat ding nog niet zo lang toen Charlie kwam.

Hoewel ik op het internet alleen een Charley tegenkom die in de buurt van Florida aan het uitrazen was, vermoed ik dat het toch dezelfde Charlie is. Dik veertig jaar geleden dus. Niks nieuwerwets iets dus. Gewoon een selectief geheugen.

Maar goed. De vouwwagen van mijn ouders. Klapkar genaamd. Na jaren niet gekampeerd te hebben kochten ze na de pensionering van mijn vader een vouwwagen van formaat. Daarmee konden ze de weide wereld overtrekken zonder dat pap (toen 58!) met een enorm hoog wind vangend gevaarte achter de auto hoefde te rijden. In de winkel oefende mijn vader samen met de verkoper hoe dat ding op te zetten. De meest cruciale actie was het openklappen van het deksel. Daarvoor moest je het deksel aan beide kanten stevig vastpakken bij de beugel en dan het hele deksel met een groot deel van de tent openklappen.

In de winkel ging het als een tierelier, maar toen mijn ouders het deksel voor de eerste keer samen op zetten bleek mijn vader één ding over het hoofd te hebben gezien. De verkoper en hij waren beide rond de 1.80m maar mijn moeder was slechts 1.63m. Vanaf het moment waarop het deksel in een hoek van 80 graden stond, tot ongeveer 100 graden, kon mijn moeder niet bij de beugel waardoor mijn vader in zijn eentje dat ding over het hoogtepunt moest duwen en daarna tegenhouden tot mijn moeder de beugel weer vast had zodat het deksel gecontroleerd op haar pootjes terecht kwam. Iets wat maar zelden lukte. Vandaar klapkar.

Grijnzend om de herinnering, inclusief het aan de buizen van de voortent hangen ter bescherming van kidnapping door Charlie, en wachtend tot de familie van mijn vader eindelijk eens polshoogte kwam nemen hoe het met de Brabantse tak ging realiseer ik ineens dat het vooral mijn vader moet zijn geweest die aan het frame hing. Mijn moeder met haar 1.63m en 50-kg was totaal geen partij voor Charlie.

Mocht iemand herinneringen hebben aan Charlie hier in Nederland, dan hoor ik het graag.

Blogdilemma

Wanneer je blog openbaar staat en je niet echt anoniem blogt (dat er tegenwoordig geen link naar mijn LinkedIn-profiel op mijn blog staat komt doordat die hele fijne widget door WordPress niet meer ondersteunt wordt en de vervanger een gedrocht van jewelste is) dan sta je als blogger wel eens voor de vraag, kan ik dit delen met het world wide web? Ik tenminste wel. In mijn hoofd ga ik een riedeltje vragen af en afhankelijk van het antwoord publiceer, herschrijf of delete het blog.

Het herschrijven of zelfs deleten van een blog heeft alles te maken met privacy. Niet die van mij trouwens. Daar maak ik mij niet zo druk over, maar het laatste wat ik wil is de privacy van de mensen om mij heen schenden. Zeker wanneer het om iets gaat wat los staat van mij. Het is niet aan mij om dit met het grote publiek te delen. Geanonimiseerd of niet.

Bovenstaande heeft met name de laatste zes maanden er toe geleid dat ik veel niet geschreven heb. Of wel geschreven maar niet gepubliceerd. Zelfs niet een paar dagen later want aan het eind van de dag maak ik alle digitale prullenbakken leeg. In het kader van de privacy.

Hoe ik hier zo bij kom? Nou, nadat ik vanmiddag voor beide vorig jaar gestarte opleidingen het huiswerk had ingeleverd dacht ik, daar zit een blog in. Maar ja, dan heb ik het gevoel dat ik toe moet lichtten waarom ik beide studies na de zomervakantie niet heb opgepakt (want dat doe ik altijd) en euh…

Tja. Bout gezegd: ik kon mijn tijd en energie wel beter gebruiken al wil ik daar wel aan toevoegen dat ik de yoga (ademhaling)oefeningen niet uit mijn schema heb geschrapt, want balans en zo.

Het zal even wennen zijn, maar Godfried Bomans wist het al: schrijven is schrappen. Wie weet worden mijn blogs ooit nog kort en bondig… 😉 Een mens mag dromen, toch?