Doodlopend?

Buiten dat het heerlijk wandelen is in het Jaomerdal, heb ik er ook al heel wat demonen een kopje kleiner gemaakt. Ten tijde van mijn burn-out wandelde ik er regelmatig met een vriendin; samen voerden we de diepste gesprekken. Onder andere over mijn jeugd en op een dag drong het al kletsend tot mij door dat ik niet mijn droom, maar die van mijn moeder, leefde.

Tegen de tijd dat ik met de bedrijfspsycholoog in gesprek ging had ik het zwaarste verwerkingswerk al gedaan en was mijn eigen pad ingegaan. Wel kreeg ik van hem nog wat handvatten mee in de vorm van het boek van René Diekstra, Ik kan denken/voelen wat ik wil om op die manier het vertrouwen in mijn lichaam wat op te krikken. Dat vertrouwen was laag. In 1988 kreeg ik Pfeiffer en daarna is het fysiek gezien nooit meer helemaal goed gekomen met als dieptepunt de diagnose fibromyalgie begin 2002.

Ondanks handvatten en het steeds beter leren omgaan met de do’s & don”ts rondom fibromyalgie kwam het vertrouwen in mijn lichaam nooit helemaal terug. In 2017 ging het weer even helemaal mis en mocht ik naar een coach toe. Tijdens de gesprekken en opdrachten kwam ook het beschadigde vertrouwen in mijn lichaam naar voren en durfde ik voor het eerst aan mijzelf en de buitenwereld toe te geven dat dat niet alleen door de fibro kwam. In de vijf jaar tussen de geboorte van Zoon en de scheiding had ik evenzoveel teleurstellingen te verwerken gekregen. Van de coach kreeg ik de opdracht om het beschadigde vertrouwen in een brief aan mijn lichaam te verwoorden om het op die manier te kunnen verwerken.

Ineens stond ik weer in het Joamerdal en geleid door 5 bijen wandelde ik een wat minder begaanbaar pad in. Het bleek doodlopend en aan het eind van het pad waande ik mij even alleen op de wereld en huilde om dat wat nooit had mogen zijn. In 2020 kwam ik, op weg naar mijn werk, ter hoogte van het pad 5 bijtjes tegen en danste samen met hen de bijendans.

Begin van deze maand schreef ik over de podcast van Mayim Bialik. Hoofdonderwerp is mentale gezondheid. Al trekt de ene gast mij meer dan de andere, elke podcast doet wat met me. Van de week bekeek ik de aflevering met Michael Singer, auteur van onder andere Geluk zonder voorwaarden. Eentje die ik echt nog wel een paar keer wil zien (en ik denk dat ik het boek ga kopen). Iets met herkenning

Vandaag stapte ik, met frisse tegenzin want lui, in mijn auto en reed naar het Jaomerdal. Al wandelend dacht ik na over het concept negatieve gedachten die je geluk in de weg staan. Voor mij herkenbaar. Om een voorbeeld te noemen: als ik na drie uur koffie drink, kan ik niet slapen. Toen dacht ik dat ik decafé dronk, maar het zat barstensvol van dat pepspul, maar dat wist ik niet, en ik sliep als de beste. Pas de avond dat ik besefte dat het geen decafé was, lag ik wakker.

Ineens zag ik het bijendans pad voor mij opduiken. Nog erger begroeid dan ooit en ook nog eens doodlopend. Zou mijn beperkte conditie… Ik besloot die gedachten los te laten en liep het smalle, half begroeide pad op. Kwam bij de open plek met uitzicht, bleef even staan genieten, en zag toen dat het pad verder naar beneden liep en later weer naar boven. Niks doodlopend dus.

Met dit nieuwe inzicht in de pocket vermoed ik zomaar dat er achter bovenstaande poort een hele mooie wereld ligt. Ongeveer net als aan deze kant van de poort. 😉 En verder is het de hoogste tijd niet bij voorbaat op mijn eigen gedachten te vertrouwen, maar die even tegen het licht te houden om te zien wat echt is, en wat slechts in mijn hoofd bestaat.

Het grote nadeel

Het grote nadeel van uitslapen is dat ik de nacht erop geen oog dicht doe. Ik zeg het fout. Ik doe wel mijn ogen dicht, maar mijn geest jubelt doe niet zo gek meid. Je bent nog maar net wakker en slaat op hol. In de vier uur dat ik wakker heb gelegen heb ik voor ongeveer 4 jaar gedachten en gebeurtenissen voorbij zien galopperen. En daar een boek over geschreven en een aantal hilarische blogs.

Na drieën viel ik in slaap, rond zevenen stond ik naast mijn bed om te voorkomen dat ik in vier dagen vrij kans zie mijn dag/nacht ritme te vernaggelen, om aansluitend vier weken nodig te hebben om mijn normale ritme weer op te pakken. Been there done that.

Drie uur en evenzoveel koppen koffie verder was ik eindelijk zover om geen yoga te doen. Het weekschema wat ik volg is vier dagen oefenen, en drie dagen mediteren. Ik heb er deze week al vijf oefendagen op zitten, en besloot de oefening van vandaag om te zetten in een meditatie. Tot ik het programma voor vandaag zag. Yoga for tired eyes. Duur 3 minuten. Daar kan geen meditatiesessie tegenop.

De bril ging af en ik ging er eens goed voor zitten. Close your eyes.. makkie. Ik denk dat zij daarna zei, Move your eyes to the right maar mijn hoofd maakte er look van. Floeps gingen mijn ogen open en ik keek van rechts naar links, onder naar boven en bedekte daarna mijn ogen met mijn handen and look at the blackness. Ik dacht nog…. Ik zie spleetjes licht… en toen mocht ik de oefening nogmaals doen met open ogen. Kuch. Sommige dagen is drie koppen koffie gewoon niet genoeg.

Tussen de middag ging ik met drie vriendinnen lunchen. Na een paar uur zitten bleek opstaan niet mee te vallen. Zo stijf als een plank schoof ik van de bank. Ik stapte bij vriendin in de auto en liet mij thuis afzetten. Terwijl ik stram en stijf de trap opliep dacht ik Nooit verwacht dat ik van dat oogrollen zoveel spierpijn zou krijgen. Pas binnen realiseerde ik mij ik ongeveer 24 uur eerder een vrij zware yoga sessie voor de benen (die 6 keer zo lang was als de sessie van vandaag) had gedaan en …

Need I say more? Eigenlijk ben ik toe aan koffie, maar zelfs in deze staat van afwezige alertheid weet mijn brein dat koffie geen goed idee is. Op tijd naar bed gaan wel.

Wishful thinking en smokkelen

Het bedenken van 10 kleine dingen waar ik blij van word is een vast onderdeel van mijn planning routine geworden. Elke week ga ik er even voor zitten om 10 dingen te bedenken. Dat klinkt zwaarder dan het is. Meestal is het een gevalletje kopiëren van de week ervoor met één of twee kleine wijzigingen.

Hoewel alle kleine dingen haalbaar zijn, bestaat het lijstje voor een deel uit wishful thinking. Het rondje met het pontje staat er al een paar weken op maar wordt maar zelden afgetikt. Iets met aan het eind van de dag weinig zin hebben om een rondje te gaan fietsen. Hetzelfde geldt voor de Brug tot Brug route wandelen. En zolang ik ‘s-avonds geen zin heb om een rondje te wandelen of fietsen kan ik fotograferen ook wel vergeten. Maar ik blijf die drie dingen noteren, want als ik het een keertje doe, dan word ik er superblij van.

Dan hebben we de smokkelwaar nog. Ik weet al een paar weken dat ik morgen met drie vriendinnen op stap ga. Goed gezelschap is dus al gegarandeerd en zou eigenlijk niet meer op het lijstje hoeven te staan. Ik weet dat ik om de week mijn bed verschoon, dus die week is in een schoon bed slapen ook gegarandeerd.

Of wat te denken van autorijden afvinken wanneer ik vanwege de weersverwachtingen met de auto naar het werk ben geweest. Ik weet wat ik met autorijden bedoel en dat is niet de brug over, twee rotondes trotseren en we zijn er. Hetzelfde geldt voor uitslapen. Maandag werd ik om half zeven wakker. Een heel kwartier later dan normaal en hoppa, vinkje.

Die laatste heb ik vandaag trouwens goed gemaakt. Geheel tegen mijn gewoonte maakte ik vanmorgen mijn ogen pas rond half 9 open. Da’s uitslapen en ik werd dubbel blij. Natuurlijk van het uitslapen, maar ook omdat dat ene dubieuze vinkje ineens gerechtvaardigd bleek.

Wishful thinking en smokkelen. Het houd mij scherp en daar gaat het om.