Cybercrime

Criminaliteit in welke vorm dan ook is al zo oud als de weg naar Rome. Correctie. Wat zeg ik: ouder dan de weg naar Rome en omdat de mens een inventief wezen is, schieten nieuwe vormen van criminaliteit als paddenstoelen uit de grond, zonder dat de oude vormen aan populariteit inboeten.

Tegenwoordig is cybercrime schering en inslag. Spam- en phishing appjes en mail vliegen ons om de oren en hoewel de meeste berichten voor mij steeds als nep of crimineel te herkennen zijn (koffiedigitalix, je hebt een bolPUNTcom giftcard gewonnen, afzender bolinfo@hejhtejyte.com), is dat niet voor iedere eindgebruiker weggelegd. Of wat te denken van ouders die het schijnbaar normaal vinden dat hun kroost bij verlies van telefoon en bankpas, niet alleen telefoon en bankpas vernieuwen, maar ook telefoon- en bankrekeningnummer, en op basis van een vaag what’s appje een bak geld overmaken naar die nieuwe rekening.

Toch worden de berichten steeds beter qua opzet en inhoud, lijken steeds vaker echt te zijn, en maken oplichters steeds vaker gebruik van een mailadres wat gelijk lijkt te zijn aan het eigen mailadres (spoofing) of een phishing website die slechts één lettertje (of extensie) afwijkt van de originele site. De vraag om je inloggegevens in te voeren lijkt daarmee legitiem.

Dan hebben we nog de hackers. Sommige hacken voor de lol, andere doen het om (een deel van) je documenten/informatie te gijzelen. Op dit moment is het hacken op Smoelenboek hot. Je krijgt via de berichten door een vriend een filmpje toegestuurd en als je de link in het bericht (en daarmee youtube (Google) opent ben jij het volgende slachtoffer. Of niet, wanneer je het snel genoeg door hebben en het wachtwoord wijzigen.

In die laatste hack ben ik eenmaal ingestonken. Ik ben nu eenmaal actief op social media, en plaats ook wel eens een filmpje, dus de vraag van een goede vriend (die wel vaker een chatberichtje stuurt() ben jij dat in het filmpje leek legitiem. Inderdaad, leek. Voor de veiligheid heb ik niet alleen mijn Smoelenboek wachtwoord, maar ook een aantal andere aangepast, waardoor ik momenteel regelmatig met een denkrimpel rondloop: wat was het ook al weer?

En dan heb je nog de zogenaamde DDOS-aanvallen. Een DDOS-aanval is gericht op het creëren van zoveel verkeer naar een website/server dat deze overbelast raak en de de site of server onderuit gaat. Betreft het een website, is het een gerichte aanval. Betreft het een server, dan kan iedereen/elke organisatie die op enige manier van de server gebruik maakt, hier last van hebben.

Afgelopen vrijdag werd een openbare server aangevallen. Dit had door de omvang tot tweemaal toe effect op onze website en de via onze website te benaderen applicaties. ‘s-morgens dachten we nog dat er een eigen server onderuit was gegaan, maar al snel bleek dat het om een DDOS-aanval ging. Dan kan je dus helemaal niets meer behalve wachten en er het beste van hopen.

Normaal kunnen we storingen communiceren via ons intranet maar nu niet met als gevolg dat onze zorgmedewerkers niet wisten waar ze aan toe waren en de Helpdesk platgebeld werd. Aan het eind van de ochtend waren we weer online, om twee uur later weer onderuit te gaan. Dit keer kon ik nog snel een bericht plaatsen, en hebben we via een app die nog wel online was (en door de meeste zorgmedewerkers wordt gebruikt om de cliënten dossiers in te zien) kunnen communiceren. Daarnaast heeft het hoofd communicatie een mail naar alle managers gestuurd met uitleg en het verzoek hun medewerkers te informeren.

Na zo’n dag zit ik niet op computer-hack-gedoe te wachten. En wat denk je. Ik kreeg weer een berichtje met de vraag of ik dat was op het filmpje. Een gewaarschuwd mens telt voor twee dus ik stuurde een appje naar de vriendin in kwestie. Samen zijn wij tot de conclusie gekomen dat hackers assholes zijn. Niks meer, niets minder.

Om op een vrolijkere noot te eindigen deel ik een conference van James Veitch.

Mag ik een echte ICT-er spreken?

Mijn ouders hebben hun best gedaan mij op te voeden vanuit het idee dat vrouwen gelijk zijn aan mannen. Dat vrouwen dezelfde rechten als mannen hebben, dezelfde kansen. Woorden als normen, waarden en beloning kwamen voorbij. Ik zeg bewust hun best gedaan want ondanks de beste bedoelingen vertelde mijn ouders tussen de regels door een ander verhaal. Een verhaal wat meer in lijn lag met de toen geldende tijdsgeest.

Als vrouw moest je harder werken voor hetzelfde salaris. Beter je best doen op school om een kans te maken om toegelaten te worden op HBO of Uni en seksuele vrijheid was allemaal leuk en aardig maar pas op dat je je niet als een slet gedraagt. Oh, dat truitje en die broek kunnen echt niet. Dat is vragen om moeilijkheden. Beide waren helemaal blij en gelukkig met mijn carrière, maar waren, net als mijn schoonmoeder, maar wat blij toen ik anderhalf jaar na geboorte van Zoon ervoor koos mijn baan aan de wilgen te hangen.

Ondertussen zijn we een kleine halve eeuw verder en eigenlijk is er nog geen ruk veranderd. Natuurlijk bevinden zich vrouwen aan de top, maar een evenwichtige man/vrouw verdeling is er vaak nog niet. Vrouwen moeten nog steeds harder werken en beter hun best doen, en oh wee als de dame in kwestie er leuk uitziet en zich niet in aardappelzakken hult… dan heeft zij die functie vast niet gekregen vanwege haar verstandelijke vermogens, creatieve brein en doorzettingsvermogen maar omdat ‘ze’ gewillig is…

Er was een tijd, toen riep ik heel hard dat al die conservatieve witte mannen heel erg hard hun best doen om het vrouwen zo lastig mogelijk te maken in het leven, zodat zij zich weer schikken in de hun voorbestemde rol als onbetaalde huishoudelijke hulp, opvoeder van een schare kinderen en ge- of desnoods onwillige bedpartner.

De laatste jaren kom ik meer en meer tot de conclusie dat er hele scharen mannen zijn met een Middeleeuws wereldbeeld, en dat je die mannen in elke laag van de bevolking en in elk land ter wereld tegenkomt. Maar het zijn niet alleen mannen. Als het op het klein houden van vrouwen aankomt, kunnen vrouwen er ook wat van. Verschijnt er een vrouw aan de top… dan heeft dat korte rokje er vast iets mee te maken. Of de vrouw in kwestie is net een vent. En zo zielig voor de kinderen, een moeder die altijd werkt. Trouwens, ook sneu voor haar partner, huisman zijn. Niet alleen wanneer een vrouw carrière maakt, maar ook wanneer een vrouw bijvoorbeeld een typisch mannenberoep uitoefent, vindt een deel van vrouwelijke bevolking daar iets van.

Hoe ik hier zo bij kom? Van de week was ik dus op bezoek bij onze ICT-dienstverlener. Terwijl ik daar zat te werken, wandelde een vrouw met een bekend gezicht naar binnen. Wij keken elkaar beide aan met de vraag wie ben jij ook al weer op ons gezicht. De tweede keer dat ze binnen kwam liep ze op mij af. Weet je nog wie ik ben, vroeg zij, ik heb bij jouw vorige werkgever op de Helpdesk gewerkt. Ik wist meteen weer wie zij was. M, een van de kundigste Helpdesk-medewerkers waar ik ooit mee te maken heb gehad. We kletste wat en namen afscheid.

Onderweg naar huis moest ik denken aan die ene vraag die ik als kersverse Helpdesk-medewerker in opleiding, voorgeschoteld kreeg. Door een vrouw. Mag ik een echte ICT-er spreken? en zij bedoelde een man. Zoveel was mij wel duidelijk. Duimend dat ik haar kon helpen, en met een overtuiging die ik niet voelde, zei ik U spreekt met een echte ICT-er. Wat is het probleem?

Tja… en een blog was born… Inclusief de vraag Hoe vaak hebben M en haar vrouwelijke collega’s dit soort vragen van zowel mannen als vrouwen naar hun hoofd geslingerd gekregen?

NB. Ik weet dat er nog veel meer typen mannen en vrouwen zijn, en dat het leven niet zwart wit is maar als ik al die nuanceringen ga aanbrengen wordt dit blog te lang en onleesbaar. Het gaat om het idee. Even lekker kneuteren en zo.
NB2. Misschien is Moederdag niet de meest geschikte dag voor een blog als dit… maar ach, is er ooit een geschikte dag?

Pacifist in tweestrijd

Sinds een week volg ik het nieuws met wat meer aandacht dan ik in lange tijd heb gedaan. De oorlog in Oekraïne houdt mij, net als veel anderen, bezig. Niet constant, maar met enige regelmaat check ik het nieuws in de hoop op een staakt het vuren of vredesbesprekingen, maar ook vanuit een vage angst dat het rondom één van de vele kerncentrales volkomen fout is gegaan en dat de fall out van Tsjernobyl II onze kant op waait.

Of wat te denken van het nauwelijks verhulde dreigement van hij wiens naam ik niet ga noemen. Geboren aan het begin van de jaren zestig ben ik opgegroeid tijdens de Koude Oorlog. Begin jaren tachtig was de dreiging van de bom reëel. Zelfs na de val van de muur, maar zeker nadat hij etc aan de macht kwam in Rusland, was de dreiging nooit helemaal weg.

Als pacifist ben ik tegen elke vorm van (gewapend) conflict. Hoewel ik net zo begaan was/ben met de Syriërs, de Palestijnen & de Afghanen (om een paar recente conflicten te noemen zonder volledig te willen/kunnen zijn) als ik nu met de Oekraïense bevolking ben, grijpt deze oorlog mij meer aan. Waarschijnlijk omdat er tussen mijn veilig Nederland en de oorlog slechts drie grenzen liggen en Nederland op waai en bom-afstand van de Oekraïne ligt. Die wetenschap maakt dat ik mij soms behoorlijk hypocriet voel, en dan heb ik het niet alleen over de Europese bereidheid om vluchtelingen onderdak te geven.

Ik sta namelijk ook in tweestrijd over de economische sancties tegen Rusland. Niet dat ik erop tegen ben dat (een groot deel van) de wereld hij etc laat voelen dat wij, de wereld het niet eens zijn met zijn landjepik politiek, maar het raakt vooral de gewone Rus. Laten we eerlijk zijn: zij die de waarheid (maar wat is de waarheid) kennen, zijn tegen deze oorlog. Zij die de propaganda geloven, zullen dit zien als een bevestiging dat het Westen uit is op Rusland. Voor hij etc. lijken alle sancties, inclusief de bewapening van Oekraïne een extra reden te zijn om alles op alles te zetten en te winnen. Wat vanuit zijn gezichtspunt logisch is. Om nu in te stemmen met vrede, en zijn legers terug te trekken uit de Oekraïne staat gelijk met gezichtsverlies. En als er iets is waar dictatoriale machthebbers niet tegen kunnen.

Heb ik gelijk mijn derde tweestrijd te pakken. Ik wil dat de Oekraïners deze oorlog winnen. De Russen hun land uit werken. Ik hoop dat deze oorlog de ondergang van hij ect wordt. Dat de Russen, en de Oekraïners, heel Europa, weer vrede kennen. Dat de hele wereld vrede kent. Maar ja, de pacifist in mij gelooft niet in door gewapend conflict geforceerde vrede. Dat levert altijd onvrede op bij de verliezers. Met nieuwe conflicten tot gevolg.

Zover mijn kijk op de Toestand in de wereld. Vanaf morgen schrijf ik gewoon weer over mijn eigen kleine wereld. Dat is soms al lastig genoeg.