Gewetensvraag

Op oorspronkelijk mijn een na laatste werkdag voor de vakantie stond het huilen mij nader dan het lachen. Tijdens de hele fietstocht (3 kilometer) was ik zo misselijk dat ik dacht over te moeten geven, en bij de laatste rotonde heb ik overwogen om door te rijden naar huis. Ik zit wel heel dicht tegen overwerkt zijn aan, dacht ik. Aangevuld met Morgen nog, dan heb ik vakantie.

Zoals jullie hebben gelezen werd mijn een na laatste werkdag een heel korte. Eenmaal op kantoor kwam de spanning eruit, heb ik een overdracht van een kwartiertje gedaan, de directe collega’s en (nieuwe) manager laten weten dat mijn vakantie was begonnen. Verder geloof ik dat ik mijn wizard afwezigheid heb aangezet. Maar daar kan ik mij in vergissen realiseerde ik mij gisteren.

Ik doe nooit veel in mijn vakantie, maar deze vakantie spant de kroon qua onproductief zijn. So be it. Ondanks nergens zin in hebben, ben ik toch driemaal op stap geweest en heb drie goede vrienden gesproken. Alle drie stelde mij dezelfde vraag. Kwam je vakantie net op tijd, of zat je al in een burn-out.

De eerste twee keer dat de vraag gesteld werd heb ik geantwoord dat ik er op tijd bij was. Woensdag stelde Vriendin-hier-om-de-hoek de vraag. Dit keer voelde het als een gewetensvraag. Eentje waarop ik geen antwoord heb. Net zo min als ik antwoord heb op de vraag of ik aanstaande dinsdag weer met frisse tegenzin aan de slag ga, of met echte tegenzin.

U hoort nog van me. Voor nu laat ik de vraag los en geniet van de komende drie vrije dagen.

Menselijke Maat

Binnen ICT worden tickets behandeld in volgorde van binnenkomst en prioriteit. Een soort wachtlijst voor ICT problemen. Hoe hoger jouw probleem op de lijst staat, des te eerder wordt er naar jouw probleem gekeken. Om te voorkomen dat de grootste schreeuwer zichzelf een weg naar de top van de lijst schreeuwt, worden tickets beoordeeld op basis van redelijke harde criteria. Om een voorbeeld te noemen: een hele locatie zonder netwerk gaat voor op een gang zonder netwerk, en een gang gaat weer voor op een kamer.

Vrijdagmiddag verschijnt er een ticket in mijn wachtrij over een netwerkstoring. Ik lees het ticket en zie dat het om één toegangspunt van het draadloze netwerk gaat. Geen prio dus. Wanneer ik een half uur later weer kijk zie ik dat Collega Helpdesk contact heeft gehad met de ICT dienstverlener om de prioriteit op te hogen. Ik besluit hem te bellen en te vragen waarom.

De zorg zit met de handen in het haar, krijg ik te horen. Buiten dat zij er zelf last van hebben, zijn ook de TV’s van diverse bewoners uitgevallen, en die snappen er niets van. Een aantal van hen zijn al behoorlijk overstuur. Tijdens ons gesprekje moest zij meerdere keren een bewoner gerust stellen.

Is het iets in zijn stem, of komt het doordat ik het eerder die middag met een collega over onze ouders heb gehad, waardoor de herinnering aan wat dementie met een mens doet meer dan levendig is, misschien beide? Zijn opmerking over de bewoners maakt dat deze melding mij iets doet. Stel dat het deze vrijdagmiddag niet wordt opgelost…. Ik moet er niet aan denken. Een weekend zonder internet: dat trekken de bewoners, en daarmee ook de zorgmedewerkers, niet.

Toevallig zit die middag mijn collega die netwerkbeheer in zijn portefeuille heeft bij de ICT dienstverlener. Ik besluit niet zelf te bellen maar hem te vragen een actie uit te zetten. Hij schakelt meteen en wijst mij aansluitend op de procedure. Of ik het zeker weet. Ik ben bekend met de procedure, en ik weet het zeker, reageer ik terug. Een medewerker van netwerkbeheer gaat voor ons aan de slag. Wel heeft hij aanvullende informatie nodig. Ik schakel Collega Helpdesk weer bij, en hij neemt contact op met de locatie. Samen met de zorgmedewerker haalt hij de gevraagde informatie boven water.

Ik heb de gevraagde informatie in het ticket gezet, laat hij mij via de chat weten. Nog voor ik het door kan geven aan de collega ter plaatste schrijf deze al we hebben de nummers van de toegangspunten in het ticket zien staan. Ze worden nu gereset. Aansluitend aan deze actie belt de medewerker van netwerkbeheer met de locatie om te checken of alles weer werkt. Dat doet het, en de blijdschap bij de zorg en de bewoners is groot.

Als ICT-er ben ik blij met wachtrijen en prioriteringscriteria. Dat maakt het leven in deze tijd van netwerk-, hardware en software afhankelijkheid een stuk makkelijker maar vooral overzichtelijker. Wat niet wegneemt dat wat mij betreft dit soort acties, waarbij de Menselijke Maat alle vastgestelde procedures overrulet, de kers op de appelmoes van de bekende motelketen is. De reden waarom ik mijn werk zo leuk vind.

Oh, en verder was het geluk aan onze kant in die zin dat op het moment van opschalen bij geen van de andere klanten van de ICT Dienstverlener een netwerkstoring prio 1, 2 of 3 speelde. Was dat wel het geval geweest, hadden wij waarschijnlijk (en terecht) het nakijken gehad. Hoe sneu ook voor onze bewoners en medewerkers.

Mocht je na het lezen van dit blog denken, dat werk van dat koffieverslaafd digi-aatje lijkt mij wel wat: ik zoek nog een collega.

Maatje gezocht

Hoewel er dagen zijn dat ik de wereld in het algemeen en haperende ICT-systemen in het bijzonder vervloek, word ik over het algemeen heel blij van mijn baan. Een deel van die blijheid komt voort uit de werkzaamheden, en ander deel kan ik volledig op het conto van diverse collega’s schrijven. Naast de vier Musketiers bedoel ik dan vooral mijn duo partner. Mijn maatje, partner in crime, sparingspartner.

Sinds februari is zij door omstandigheden weinig aan het werk geweest. Dat ik wat steviger aan moest poten om het werk gedaan te krijgen vond ik minder erg dan het gemis van mijn maatje ect. Samen even kneuteren, samen triomfjes vieren, samen een spoedje oppakken. Terwijl de ene intern alles aan het regelen was hing de ander met de externe partner aan de telefoon. Belangrijkste woord: Samen.

Mijn blijdschap om de boodschap vanaf volgende week werk ik weer 2 uur per week werd al snel in de kiem gesmoord door de mededeling dat haar terugkeer bij ons slechts tijdelijk was. Om reden die niet van belang zijn voor mijn blog heeft zij besloten terug (één van) haar oude vakgebied(en) in te gaan en afscheid van ons te nemen.

Op 1 september begint zij bij haar nieuwe werkgever. Tot die tijd zien we elkaar nauwelijks. De komende drie weken heeft zij vakantie, dan zijn we een week samen, dan heb ik drie weken vakantie en aansluitend zijn we nog 1 dag samen en dan is het voorbij. Is het over en uit.

Ik snap haar. Ik ben blij voor haar. Ik denk dat dit een goede keuze is. Weet het eigenlijk wel zeker. Maar voor mijzelf baal ik als een stekker. Ik ga haar missen. Als collega maar zeker ook als mens.

Nu ben ik op zoek naar een nieuw maatje. Iemand die net als ik professioneel zeurkous wil worden. Iemand die, net als zij en ik, blij wordt van een dag waarop we net dat ene beetje extra voor onze (zorg)medewerkers kunnen doen.

Ken jij, of ben jij iemand die er wel wat voor voelt om digi-aatje in de zorg te worden, schroom dan niet om te solliciteren. Link ik hier nog even de vacature. Misschien tot ziens.